donderdag 24 juni 2010

test


IMG_0069
Originally uploaded by antoniuss

dit is een test

maandag 9 november 2009

#23 evaluatie van de cursus

verloop van de cursus
Tijd om terug te kijken op de cursus waar we met zijn allen vijf maanden geleden aan zijn begonnen. Na de eerste dingen die we de eerste dag met zijn allen hebben gedaan zijn sommigen om diverse redenen - welbewust of door omstandigheden gedwongen - direct al afgehaakt. Gelukkig is het grootste deel van de groep wel vol enthousiasme aan de slag gegaan en dat ging de eerste weken ook prima. Naarmate de cursus vorderde (en met name door de vakantieperiode) ontstonden er achterstanden, maar die zijn zonder meer nog in te halen: al met al ben ik ervan overtuigd dat vier van de zes mensen in mijn groepje de eindstreep binnen afzienbare tijd zullen bereiken.

De inhoud van de cursus
Ik heb er in mijn vorige bijdrage al over geblogd: gaat het in de cursus nu om de tools en gadgets of om een mentaliteitsverandering? Uiteindelijk zou het om dat laatste moeten gaan en zijn de tools en gadgets slechts middelen om tot zo'n mentaliteitsverandering te komen en de praktische invulling ervan vorm te geven. Dus wat mij betreft is mentaliteitsverandering de essentie, maar die kan alleen worden bereikt door praktijkervaring op te doen, dus vooral doorgaan met spelen, knutselen en klooien.

En spelen, knutselen en klooien heb ik de afgelopen maanden volop gedaan, soms met veel plezier, soms met de nodige tegenzin, afhankelijk van het onderwerp.

Favorieten
Wat waren voor mij de favoriete dingen?
Van een heleboel dingen had ik wel gehoord, een aantal dingen had ik al eerder uitgeprobeerd en sommige dingen gebruikte ik zelfs al voor het begin van de cursus. Een aantal van die dingen heeft in de praktijk van de cursus zijn waarde wat mij betreft bewezen en zal ik dan ook blijven gebruiken:
- RSS/netvibes: ik heb inmiddels naast de RSS-feeds die we voor de cursus gebruiken (om elkaars blogs te kunnen volgen) zelf een behoorlijk aantal RSS-feeds verzameld / aangemaakt op dingen die mij interesseren. En dat werkt zo goed dat ik dat zal blijven gebruiken.
- Delicious: het is niet zo dat ik dit dagelijks gebruik, maar als ik een leuke site tegenkom, dan leg ik hem wel snel even vast in Delicious. Nooit meer een link kwijt, hoewel het soms ook moeilijk is om iets terug te vinden in Delicious: het staat of valt bij goed taggen en dat schiet er nogal eens bij in.
- Blog/Wiki: twee manieren om je ei kwijt te kunnen op internet. Nu heb ik nog heel wat onvolgroeide eieren in de kast liggen, die ik te zijner tijd wel aan de openbaarheid prijs wil geven. Publicatie in tijdschriften is een optie (als ze tenminste blijven bestaan), digitale vormen als Blog of Wiki zijn aantrekkelijke alternatieven. Dus wie weet, ooit...
- het principe van het sociale netwerk in al zijn vormen (en we zijn ermee doodgegooid deze cursus...): je kunt je twijfels hebben over een hele hoop van die vormen, maar het principe blijft wel overeind en kan ook in archievenland legio toepassingen krijgen.

23archiefdingen?
Waren nu alle 23 dingen zo bijzonder relevant voor het archiefwezen? Bij een aantal kun je je dat afvragen, met als absolute uitschieter natuurlijk de online muziek. Heel leuk natuurlijk voor mij als muziekliefhebber, maar weinig nieuws en nauwelijks aanknopingspunten met het archiefwezen. Maar ja, het format eist 23 dingen, dus die 23 dingen hebben we dan ook gekregen....

Wat mij betreft hadden het ook best 20archiefdingen kunnen zijn. Ik begrijp overigens dat de inhoud van de cursus voor volgende cursisten inmiddels is aangepast en dat podcasts en online muziek zijn vervangen door relevantere onderwerpen.

mijn slagzin
En dan tot slot mijn inzending voor de Toshiba Laptop:
23-Archiefdingen was voor mij met een blinddoek om graaien in de snoepwinkel: nu eens zuur of bitter, meestal lekker zoet .... Kortom: het smaakt naar meer.


donderdag 5 november 2009

#22 Archief 2.0 en de toekomst van archieven

2.0
Ja, dat heb je met modetermen: de term wordt massaal opgepikt en iedereen geeft er vervolgens zijn eigen invulling aan. Het 2.0-label is zo mogelijk de overtreffende trap van dit verschijnsel. In feite betekent het natuurlijk niets meer en minder dan: beter, de volgende stap in de ontwikkeling. En dat kun je overal op toepassen, zoals een simpele zoekactie op internet uitwijst: ambtenaar 2.0, medicine 2.0, journalism 2.0, klussen met koen 2.0. Een kwestie van tijd voor iemand kantklossen 2.0 en linedancing 2.0 verzint. En natuurlijk komt al snel 3.0 om de hoek kijken enzovoort.

archief 2.0
Maar goed, als je er serieus naar kijkt dan bestaat archief 2.0 uit twee polen: toeters en bellen en je anders opstellen (deze slogan kan tegen overmaking van een redelijk bedrag aan auteurskosten hergebruikt worden, ik heb er namelijk best wel lang over nagedacht, dus daar moet iets tegenover staan ;-))). Het een kan niet zonder het ander: je kunt wel allerlei mooie nieuwe snufjes op je website gooien, maar dat houdt ook in dat je anders moet gaan werken. Het lijkt erop dat in de praktijk vaak de nadruk op de toeters en bellen, een typisch geval van windowdressing in de trant van "kijk ons eens hippe nieuwe dingen doen". Als het echter slechts om een facade gaat en er geen commitment achter zit, dan zijn dit soort initiatieven gedoemd om te mislukken. Conclusie: mentaliteitsverandering is de essentie, maar kan alleen worden bereikt door praktijkervaring op te doen, dus doorgaan met spelen, knutselen en klooien en ... natuurlijk allemaal het manifest voor de archivaris 2.0 uit het hoofd leren.

Alle gekheid op een stokje, ik denk dat we het allemaal erover eens zijn dat het archiefwezen snel op de voortrazende internettrein moet springen en liefst over moet stappen van het aloude web 1.0-boemeltje naar de intercity van web 2.0 (om maar te zwijgen van de web 3.0 HSL). Dat dat met horten en stoten gaat en dat er heel veel hobbels en kuilen moeten worden overwonnen is niet meer dan normaal. Dus laten we indachtig de mantra pleiten voor nieuwe diensten en nieuwe manieren om diensten aan te bieden, ook al bieden sommige van mijn collega's weerstand en vooral de nuttige dingen die we de afgelopen 22 dingen zijn tegengekomen (en dat waren ze natuurlijk lang niet allemaal) propageren en proberen toe te passen.

donderdag 29 oktober 2009

#21 footnote, of: een zoektocht naar sporen van John Cowper Powys in Amerika

Een onderzoeksverslag

Ga maar wat grasduinen op Footnote...

Maar waar ga je dan naar zoeken zonder in het trotse bezit te zijn van Amerikaanse roots? Na enig nadenken kwam ik terecht bij een van mijn favoriete schrijvers, John Cowper Powys (1872-1963). Powys verbleef van 1904 tot 1934 in de Verenigde Staten. Al lezingen gevend trok hij in die jaren de States door, van oost naar west, van noord naar zuid, en intussen schreef hij ook nog eens een paar meesterwerken zoals Wolf Solent (1929) en A Glastonbury Romance (1932). Over deze inmiddels helaas grotendeels vergeten literaire grootheid zou toch iets te vinden moeten zijn op Footnote?

Nou, dat klopt: 134 treffers in 14 bronnen:
- 12 kranten
- Correspondence of the Military Intelligence Division Relating to "Negro Subversion", 1917-1941
- Investigative Case Files of the Bureau of Investigation 1908-1922



Wat heb ik dan precies gevonden?
Het is in Footnote een kwestie van doorklikken en je krijgt het gevonden document te zien in een prima werkende viewer. En dan vind je bijvoorbeeld een aankondiging in de Washington Post van een lezing die Powys op 2 maart 1920 zal geven in de Masonic Auditorium over Dostoievsky; Or The Soul of Russia.
Ik heb de scan voor de zekerheid maar even gedownload en in dit bericht geplakt omdat een link voor velen niet zou werken: het zit namelijk in het abonnementsgedeelte van Footnote.

En in de stukken van het Bureau of Investigation vinden we zowaar een soort flyer voor dezelfde lezing in New York eveneens in maart 1920.

Dit Bureau of Investigations is een voorloper van de FBI en onderzocht real and perceived threats to the nation and its citizens. Hoe komt deze flyer in dit archief terecht?
Op 15 maart 1921 kreeg Special Agent Hanrahan in Boston een brief, waarin wordt gemeld dat de English radical John Cowper Powys op 5 februari in een lezing over Heine



virtually declared himself in favor of International Jewry. […] He declared that it would be foolish for the Jews to gather together in one country, as this
would cause stagnation of the race and would leave no further goals to strive for after the Zion movement had been attained


Blijkbaar was dit voor het Bureau of Investigations voldoende reden om op 24 mei een agent naar een volgende lezing van Powys te sturen, ditmaal handelend over Friedrich Nietzsche. Agent W.B. Poole weet hierover onder andere te melden:


Subject is an English author, with a cockney accent, and has a nasty tongue which delighted his audience by holding "Nietzsche"up as a saint and a God … The audience of about 200 persons … was composed of the scum of Boston society,
largely women whose frequent applause of his nastiness indicated their lack of morality …
Agent Poole concludeert: while [Powys] is not to be classed as an enemy of our laws, his lectures will have an effect on our morals, and Agent respectfully suggests that a possible return to this country be prohibited.
Uit het stuk blijkt dat Powys al eerder door het Bureau of Investigations was geobserveerd. Documenten hierover heb ik op Footnote niet kunnen vinden. De suggestie van agent Poole is in ieder geval niet opgevolgd: hoewel Powys herhaaldelijk heen en weer reisde naar zijn vaderland werd hem bij terugkeer in de Verenigde Staten voor zover bekend nooit een duimbreed in de weg gelegd. Powys is nog vele jaren ongestoord met zijn lezingen door de States getrokken en heeft zich in 1934 geheel eigener beweging weer in zijn vaderland gevestigd.

Evaluatie
Wat hebben we nu aan Footnote? Het is erg leuk om in te grasduinen en als je eenmaal je weg hebt gevonden werkt het ook allemaal prima (althans als je een betaalde account hebt). Maar het aanbod is wel erg selectief en beperkt (heul veul kranten en een selectie van ‘hoogtepunten’). Ik wil meer weten, andere archieven inzien … (nou ja, ik weet het, het is een afwijking, maar laat ik er maar voor uitkomen) echt archiefonderzoek doen. En als dat niet digitaal kan, dan maar zelf naar het archief (en dan liefst wat dichter in de buurt dan Washington DC) ….
Een Nederlandse of Nederlands-Vlaamse of Europese variant op Footnote zou in mijn ogen prachtig zijn. Hoe meer erop komt, hoe beter. En als we dit dan kunnen combineren met zoiets als de archievenbank van het Stadsarchief Amsterdam, waarbij je zelf scans kunt bestellen en online (lees: op Voetnoot) laten zetten lijkt me dat helemaal schitterend. En, niet te vergeten, natuurlijk wel gratis. Maar dat een dergelijke website ooit het echte archiefonderzoek zou kunnen vervangen (wat zo zou zijn als alle archiefmateriaal, inventarissen en indexen online beschikbaar zijn) lijkt me intussen toch echt een utopie.

dinsdag 13 oktober 2009

#20 online muziek en sociale netwerken

Internet is zonder meer het walhalla voor muziekliefhebbers: je kunt er zonder veel problemen alles vinden wat je ooit wilde horen en ondanks heftig tegenspartelen van de muziekindustrie kun je het die muziek meestal ook nog gratis beluisteren en opslaan. Daarmee is internet dus tegelijkertijd een molensteen om de nek van de muziekindustrie en van de gevestigde namen in de muziek. En dat roept dan weer satirische reacties op (overigens schaamteloos door mij gejat van Luud op archief 2.0, maar dat lijkt me ook erg 2.0, hoewel ik dan misschien juist de "bronvermelding" had moeten weglaten):

Persoonlijk ben ik niet zo van het downloaden, ik heb toch graag een duurzame versie in mijn bezit en een mp3-tje ergens op een harde schijf is voor mijn gevoel niet duurzaam genoeg. Is ongetwijfeld enorm ouderwets, maar zo zit ik nou eenmaal in elkaar. Neemt niet weg dat ik wel verschillende RSS-feeds heb uitstaan op een aantal favoriete bands en dat ik regelmatig aan het surfen ben op zoek naar informatie over nieuwe muziek waar ik via via over heb gehoord.
Wat ik leuk vind is om suggesties te krijgen in de trant van: u houdt van die en die band, luister dan ook eens naar zus en zo (net als bij boeken in LibaryThing of bij Amazon.com). Wat dat betreft is Last.fm erg leuk: je geeft een bandnaam op, bijvoorbeeld Porcupine Tree en je gaat naar Porcupine Tree Radio luisteren: je krijgt naast muziek van die band ook muziek gepresenteerd die om de een of andere reden gelijkenissen vertoont met die band. Vaak dus al bekend, maar soms ook iets nieuws en heel soms ook iets echt leuks nieuws. Leuk.... Totdat de deur wordt dichtgegooid na dertig nummers, dan mag je gaan betalen. En dat gaat me nou net iets te ver, zo vaak zou ik dit niet gebruiken. Jammer dat we niet in de VS, Duitsland of Groot-Brittannië wonen, waar Last.fm blijkbaar wel onbeperkt gratis beluisterd kan worden.
Dan maar blip.fm. Dit is een makkelijke manier om snel muziek te vinden. Het hele speel dj voor je vrienden-idee kan mij verder eerlijk gezegd gestolen worden, maar dat zal de oplettende lezer niet verbazen als hij mijn vorige stukjes over sociale netwerken heeft gelezen...

Voor de musici onder ons: zelfs de toetsenman van Dream Theater gebruikt tijdens concerten nu al een i-Phone om muziek te maken, dus gooi je instrumenten de deur uit en schaf een i-Phone aan:


O ja, wat hebben we hier als archieven aan? Los van het feit dat je ook hier de principes van sociale netwerken in de praktijk ziet, kunnen we er niet zoveel mee, lijkt me.
Clemens non Papa componeerde begin zestiende eeuw Ego Flos Campi voor de Bossche Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. Dit stuk staat zowaar op blip.fm: luister hier. Zou wel leuk zijn als je dit achter de binnenkort op onze site te publiceren index op de broederschapsleden zou draaien. Maar dat kan denk ik technisch veel makkelijker vanaf onze eigen server.
Conclusie: leuk voor ons als privé-personen, weinig zinvol voor archieven.

vrijdag 9 oktober 2009

#19 genealogie 2.0


De hele wereld lijkt familieziek. Een enkeling heeft hoge koorts, de meesten hebben een lichte verhoging. Vrijwel niemand is, zeker wanneer de jaren vorderen, volkomen immuun voor de drang om meer te weten over vader, moeder, opa's, oma's, ooms, tantes, overgrootouders enzovoort. Of eigenlijk in de meeste gevallen niet enzovoort: de meesten gaat het vooral om twee, drie generaties terug, die nog in de herinnering en verhalen voortleven. Een enkeling - zeg maar de zware gevallen - zijn dermate geïnfecteerd met het virus dat ze een onweerstaanbare drang hebben om zover mogelijk terug te gaan, minstens tot Karel de Grote, het liefst tot Adam en Eva.
Moest je vroeger toch al gauw de deur uit om je informatie te verzamelen, ja vaak zelfs naar stoffige archieven, tegenwoordig kun je lekker achteroverhangend in je luie stoel het internet afsurfen op zoek naar familieleden. In korte tijd en zonder veel moeite vind je er wat je zoekt. Al die geïnfecteerden zoeken elkaar op genealogische communities op en helpen elkaar daar. Een mailinglist als soc.genealogie.benelux of een site als het stamboomforum zijn goede voorbeelden die duidelijk in een behoefte voorzien. Als je naar de 'recensies' van archiefdiensten kijkt, waar over het BHIC maar liefst twee bijdragen staan, uit 2007 en 2008, en door maar liefst 19 mensen (in de loop van hoeveel tijd?) een cijfer is gegeven, kun je je afvragen wat de waarde van een dergelijk cijfer is. Overigens bieden dergelijke 'recensies' wel interessante informatie over de wensen en eisen van de digitale bezoeker: hij wil via de website snel en direct tot aan de bron kunnen komen: veel indexen en gratis scans lijkt het motto.
Aangezien het overgrote deel van onze fysieke en digitale bezoekers ons met genealogische motieven opzoekt moeten wij ons oor dan ook nadrukkelijk te luister leggen bij dit soort genealogische fora. RSS en bijbehorende webcare dus, maar daar hebben we het bij een eerder ding al ruimschoots over gehad.

Requiem voor De Brabantse Leeuw



In de laatst verschenen aflevering van De Brabantse Leeuw wordt het einde van dit eerbiedwaardige tijdschrift aangekondigd: er resten nog twee afleveringen palliatieve zorg en dan is het tijd voor de laatste adem.
Waarom moet de leeuw sterven? Volgens de redactie is het tijdschrift ten onder gegaan aan het succes van het stamboomonderzoek. Ik citeer: Wie op internet 'genealogy' googelt, krijgt 68,5 miljoen hits. Dat is niet zo veel als de 714 miljoen van 'sex', maar geeft toch duidelijk aan hoe wijd verbreid het stamboomonderzoek is. Iedereen doet het en de resultaten worden in toenemende mate gecommuniceerd op internet. Dat ziet er goed en sociaal uit, dat kan leerzaam zijn, dat is misschien een redelijk alternatief voor de papieren publicaties. In werkelijkheid is het rampzalig, doordat de internetpublicaties elke vorm van redactionele begeleiding ontberen en bovendien veelal de bronnen niet worden gecontroleerd. Kritiekloos worden zowel gedrukte als digitale publicaties geciteerd, waarmee lange reeksen van fouten worden gegenereerd. Correcties en kritiek blijken bovendien vaak bepaald niet welkom te zijn, maar worden veelal ervaren als nare stoorfactoren bij de genealogisch fun op internet. De betrouwbare genealogieën die tóch op internet verschijnen, zijn witte raven.
Ik hoor hier echo's van Andrew Keen uit ik geloof het allereerste ding van deze cursus. En ik ben het grotendeels ook met de redactie van De Brabantse Leeuw eens: het is schrikbarend hoeveel er kritiekloos wordt overgeschreven en hoeveel klinkklare onzin er - ook op genealogisch vlak - op het web wordt geplaatst. En dat terwijl juist via internet de afgelopen jaren zo ontzettend veel mooi bronnenmateriaal ter beschikking is gekomen. Voor mijn eigen onderzoek maak ik natuurlijk ook gebruik van internet, maar hoe interessant de gegevens die ik daar vind ook zijn, ik kan ze in 90% van de gevallen niet controleren omdat elke vorm van bronvermelding ontbreekt. Bovendien zijn veel van die sites nogal vluchtig: ze verdwijnen of veranderen hun url, waardoor ze niet meer te vinden zijn.
Het overgrote deel van de stamboomonderzoekers zal deze jeremiade overigens worst wezen en dat is natuurlijk hun goed recht. Voor genealogische die-hards blijft het intussen moeilijk de witte raven onder de genealogische sites te vinden. Dat De Brabantse Leeuw als papieren tijdschrift verdwijnt valt nog wel te begrijpen, maar dat er geen doorstart als "internettijdschrift" wordt gemaakt, vind ik een gemiste kans. Want er is grote behoefte aan betrouwbare, duurzaam raadpleegbare genealogische informatie, ook en vooral op internet.

vrijdag 2 oktober 2009

#18. LibraryThing en archieven

Wat ik in mijn vorige bijdrage nog vergeten was is nu net de vraag waarom we dit allemaal doen als archiefmedewerkers, namelijk: wat kunnen we er als archiefdiensten mee?
Moeten we onze bibliotheekcatalogus in LibraryThing gaan invoeren? Dat lijkt me weinig zinvol. LibraryThing is voor mijn gevoel vooral gericht op literatuur en lectuur, vooral op fictie dus. Als je op een trefwoord als history gaat zoeken vind je miljoenen boeken, maar toch vooral het wat algemenere werk. Recente titels over de geschiedenis van 's-Hertogenbosch, om maar een dwarsstraat te noemen, kom ik er niet tegen. Dat betekent dat ik LibaryThing ook niet ga gebruiken als bibliografisch hulpmiddel. Let wel, privé vind ik het een hele leuke toepassing, maar ik denk dat we er als archieven weinig mee kunnen.

dinsdag 29 september 2009

# 17-18. Sociale netwerken en Librarything

Ik ben op dit moment niet actief op zoek naar een andere baan. Er is dus iets mis met mij, althans dat is wel het beeld dat je via de media wordt opgedrongen: carrière maken, jobhoppen, zo snel en zo veel mogelijk. Een tijdje geleden (toen ik nog wel naar een andere baan op zoek was) ging dat via Vacaturebank.nl en zo, nu doe je dat via LinkedIn. Je meldt je aan, plaatst je cv, geeft aan waar je wel of niet voor te porren bent en ziedaar: de reacties stromen binnen. Mooi middel voor vragers en aanbieders op de arbeidsmarkt. Van de rest van het verhaal over gebruik maken van netwerken en zo, geloof ik eerlijk gezegd niet zoveel, maar ja ik ben dan ook niet zo'n netwerker. Mij dus niet gezien op LinkedIn.

Voor de goede verstaander zal mijn standpunt over "algemene sociale netwerken" als Hyves, Facebook en wat dies meer zij dan ook wel duidelijk zijn: ik heb wat rondgekeken, bekenden gezocht, en er niet zo heel veel gevonden (wat in mijn ogen in hun voordeel pleit). En van wat ik heb gezien word ik niet echt vrolijk. Ik zou hier nu een hele tirade kunnen gaan houden over de leegheid van het moderne bestaan en zo, maar volsta met enkele willekeurige karakters die ik op mijn toetsenbord ter beschikking heb: @#&%#P#@!!@^!%#^$!


Is het dan allemaal onzin? Nou nee, maar het moet wel een doel hebben. Een community als Archief 2.0 heeft wel degelijk zin: een ontmoetings- en uitwisselingsplaats voor mensen die in een bepaald onderwerp zijn geinteresseerd.
Een heel mooi voorbeeld van zo'n nuttige community is LibraryThing. Ik ben hier zelf al anderhalf jaar lid van en heb er al heel wat plezier aan beleefd. Het is zeker niet zo dat ik als een gek al mijn boeken aan het invoeren, hoewel dat op zich nog niet eens zo moeilijk is met de uiterst gebruikersvriendelijke interface: in een uurtje kun je al aardig wat boeken met omslag en al in je lijst hebben staan. Wat veel leuker is is om te beginnen met een bepaald boek, daarvan de recensies etc. te lezen en via andere 'eigenaren' van dat boek weer bij andere titels uit te komen. Als ik een boek uit heb ben ik vaak benieuwd wat anderen ervan vonden. Ik lees vooral veel Engelstalige boeken, dus lezersrecensies op Amazon.com zijn in dit verband vaak heel leuk om te lezen. Maar ook LibraryThing heb ik al heel wat keren geopend met dit doel (en als het je alleen daarom gaat hoef je eigenlijk niet eens lid te zijn of ingelogd te zijn!).
En oh ja, al sinds ik met deze blog begonnen ben kun je in de sidebar een keuze uit mijn boekencollectie zien!

maandag 14 september 2009

#15 en # 16 podcasts en YouTube

radio in een (bewegend-)beeldcultuur




Tegenwoordig kom ik er nauwelijks nog aan toe, maar vroeger toen ik studeerde luisterde ik veel naar de radio en dan met name naar 'informatieve' zenders of praatzenders als Radio 1. Tegenwoordig blader ik 's ochtends plichtsgetrouw de krant door, ik kijk regelmatig op nieuwspagina's op internet en heel af en toe zie ik nog wel eens een journaal op TV. Maar eerlijk gezegd was ik in mijn 'radiotijd' heel wat beter op de hoogte van de actualiteit en van de 'achtergronden bij het nieuws' dan tegenwoordig.
Maar nu is de radio terug, beter dan ooit, in de vorm van podcasts. Fantastisch dus!! Dat zou je toch in eerste instantie wel denken: interessante programma's beluisteren wanneer jou dat uitkomt. Maar ja, daar zit natuurlijk meteen het probleem: ik heb niet de tijd om dergelijke programma's uit te zoeken en te gaan beluisteren. RSS kan natuurlijk wel helpen bij het signaleren van interessant materiaal, maar dan nog betwijfel ik of ik de tijd kan vinden.
Bovendien vraag ik me af of de jeugd die in veel mindere mate dan ikzelf met radio is opgegroeid, maar al vanaf de wieg vooral met bewegende beelden wordt bestookt wel warm zal lopen voor een ouderwets medium als audio. Ik heb het vermoeden dat podcasts ook populair zijn geworden in een tijd dat bandbreedte nog een belangrijke rol speelde en dat het verspreiden van bewegende beelden via internet daarom nog moeilijk en duur was. Dat is tegenwoordig natuurlijk wel anders, kijk maar naar het succes van YouTube. En daar vind je naast een hoop onzin natuurlijk ook een hele hoop informatieve filmpjes die in feite niets anders dan podcasts met al dan niet bewegende beelden zijn. Vodcasts dus.

Podcasts voor archieven
Ik heb zo links en rechts wat podcasts van archieven en musea geopend en ben niet echt onder de indruk van de bruikbaarheid van het medium. Zo heb ik enkele minuten geluisterd naar een op zich boeiend verhaal van de National Archives over vervalsingen in de archiefwereld. In eerste instantie is het natuurlijk leuk om een typische Brit inclusief hete aardappel in de mond en met zeer typische voordracht te horen spreken, maar na een tijdje gaat de lol daar ook vanaf. En dan hoor je opeens ook op de achtergrond het omslaan van de bladeren die hij aan het voorlezen is. Voorlezen? Dus het staat ook op papier? Kan ik dat misschien dan niet beter zelf lezen? Ik weet zeker dat ik dezelfde informatie dan zou hebben kunnen opnemen in een fractie van de tijd die het me nu kost om het tussen de eeuh's en aah's door uit de mond van de auteur te vernemen.
Ook heb ik een podcast van het Rijksmuseum beluisterd, waarin de verteller ons meeneemt langs een aantal schilderijen. Leuk om te horen hoe al die details worden beschreven, nog leuker zou zijn om het betreffende schilderij op hetzelfde moment ook te zien! Misschien is de podcast bedoeld geweest om te beluisteren tijdens het doorlopen van een tentoonstelling, maar hem zonder wijzigingen op deze manier via internet verspreiden schiet mijns inziens het doel voorbij.
Dus: denk eerst eens goed na of een podcast voor jou wel het juiste middel is voor je je op dit nieuwe (intussen eigenlijk al weer achterhaalde) medium stort.

geen podcasts maar vodcasts
Of we als archiefwezen iets met podcasts kunnen? Mijn conclusie: niet aan beginnen, maar meteen doorstomen naar vodcasts: illustreer je verhaal met al dan niet bewegende beelden en je bereikt meteen een veel groter publiek. Overigens doen we bij het BHIC al zoiets, zij het in nog uiterst eenvoudige vorm. De rondwandelingen van Henk Buijks op diverse van onze lokale pagina's zijn toch eigenlijk niet meer of minder dan simpele vodcasts: beelden met begeleidend commentaar. Als dat commentaar nu door Henk of door iemand anders met een fraai stemgeluid werd ingelezen, ben je alweer een stapje verder. Wel smaakvol mixen met die schitterende originele muzikale begeleiding van Harry Saxofoni, want die willen we natuurlijk niet missen. Bewegend beeld is dan wellicht de volgende stap, daar weet René dan weer alles van. Eigenlijk hebben we alles dus al in huis om het BHIC te gaan vodcasten.

YouTube: films uit het archief, vodcasts uit het archief
En daarmee zijn we eigenlijk al bij YouTube beland. YouTube is inmiddels een nog veel groter succes dan podcasten ooit is geweest en dat is wel te begrijpen, we leven immers in een cultuur die steeds meer op bewegend beeld is gericht. Over de inhoud van YouTube kan ik kort zijn: 99% bagger, maar die 1% die overblijft is voor mij in ieder geval interessant genoeg om regelmatig het surfboard tevoorschijn te halen. Live-beelden van mijn favoriete bands, hoe teken ik een hand, judoworpen voor Hannah, Monty Python's Killer Rabbit voor Gijs, noem maar op, het is er te vinden.
Wat kan het archief met YouTube? Een heleboel lijkt me. We doen het al door een aantal (fragmenten van) onze originele films aan het grote publiek te presenteren. Maar we kunnen meer: als we al vodcasts gaan maken, kunnen we die via onze eigen site ter beschikking stellen, maar wat let ons om ze ook op YouTube (of een soortgelijk kanaal) te plaatsen? Zonder twijfel trekt dit meer, en in ieder geval ander publiek dan alleen de traditionele archiefbezoeker.

dinsdag 8 september 2009

#14 instant messaging


Ik associeerde ICQ, Windows Messenger en wat dies meer zij altijd met naïeve blonde meisjes van 12 en smoezelige mannetjes van onbestemde leeftijd en niet onbesproken gedrag. Of zoals in dit plaatje buxom blondes en tall, dark and handsome strangers. Dat is één kant van de zaak. Laat dus maar zitten.... of toch niet?
Aan de andere kant is instant messaging natuurlijk wel een middel om op afstand direct met elkaar te communiceren, zonder dat er pottenkijkers over je schouders meekijken (als je dat tenminste niet zelf toestaat). Daarmee geen vervanger van telefoon of e-mail, maar wel een ander middel, dat in bepaalde situaties zijn nut kan hebben. Bijvoorbeeld om de communicatie tussen onze vestigingen in Den Bosch en Grave te verbeteren? Of om als we in de toekomst vaker thuis gaan werken direct contact met de werkvloer te houden? Voor inlichtingenwerk lijkt het me ook zeer geschikt: in plaats van vier keer heen en weer te mailen om de vraag die wordt gesteld duidelijk te krijgen kan via een directe verbinding veel sneller tot resultaat worden gekomen. Dat overigens het beantwoorden van zo'n vraag niet altijd instant kan zijn, is evident.
Daarmee onderschrijf ik - nu ik dit zo eens nalees - warempel voor een groot deel wat Christian ons in 2007 al op zijn weblog hierover mededeelde.

maandag 7 september 2009

#13 twitter

gebabbel in de trein
starling flock
Ik zit nog wel eens in de trein. Soms alleen, dan probeer ik wat te lezen. Soms met een reisgenoot en dan wordt er gesproken. De inhoud van zo'n gesprek varieert van werkoverleg tot koetjes en kalfjes en alles wat daar tussenin zit. De geluidssterkte is afhankelijk van de afstand tussen de gesprekspartners. Uitgangspunt is dat mijn gespreksgenoot mij moet kunnen verstaan en dat andere lieden in de coupé er zo min mogelijk last van moeten hebben. Dat is tegenwoordig geen onomstreden uitgangspunt meer! Het gemiddelde volume van de menselijke stem in de hedendaagse treincoupé ligt dermate hoog dat elke inzittende van de coupé (en vaak ook nog die van de balkons ernaast en van de aanpalende coupés) elke lettergreep kan opvangen. Om over het geluidsniveau van mobiele telefoongesprekken maar helemaal te zwijgen. Heeft dit te maken met wijdverbreide gehoorbeschadiging onder onze landgenoten of gaat het hier om een diepgevoelde behoefte om gehoord te worden, desnoods door wildvreemden?
Wat heeft dat met twitter te maken, zult u zich afvragen? Welnu, twitteren is de overtreffende trap van luidruchtig babbelen in de trein. Waar in de treincoupé de woorden in ieder geval in eerste instantie nog tot één of meer gesprekspartners zijn gericht, babbelt de twitteraar in het luchtledige: niemand hoeft te 'luisteren', iedereen kan 'luisteren'. Dit lijkt me een buitengewoon inefficiënte vorm van communicatie. De vraag is dan ook of het hier eigenlijk wel om communicatie gaat of veeleer om de bevrediging van een diepmenselijke behoefte om gehoord te worden, om aandacht te krijgen, om leuk of aardig te worden gevonden.

to twitter or not to twitter
Heeft Twitter dan niets te bieden? Ik heb een twitter-account geopend en gezocht naar interessante personen om te volgen. Nou, dat is al behoorlijk moeilijk om die te vinden. Ik ben nou eenmaal niet geinteresseerd in het feit dat X. zojuist metrostation Spaklerweg heeft verlaten en over enkele minuten op het Centraal Station zal aankomen. En zelfs als X. een collega, familielid of bekende Nederlander is laat me dat in de meeste gevallen ook koud. Behalve natuurlijk als ik zelf op het Centraal Station op X. sta te wachten. Maar dan is een telefoontje volgens mij efficiënter.
Afijn, na enig zoeken toch enkele twitteraars gevonden om te volgen. Ik weet nu dat Luud wel eens naar House kijkt en dat Christian zowaar een boek aan te lezen is. En laten we eerlijk zijn, ik weet ook dat Luud afgelopen maandag naar een bijeenkomst over E-depot is geweest en dat beide heren eind van de week aan de Belgische kust een congres gaan bijwonen.
Als nu alle personeelsleden van het BHIC zich zouden aanmelden bij Twitter en elkaar zouden gaan volgen, zou dat iets extra's opleveren? Ik betwijfel het ernstig. Om maar eens een voorbeeld uit de inmiddels alweer oude doos te halen: wie irriteert zich niet aan onzinnige e-mails aan 'alle personeel'? Voor interne communicatie hebben we andere, efficiëntere middelen.

Twitter als snelle nieuwsvoorziening
Afgelopen week was er een aardbeving bij Java. Ik weet al niet meer op welke dag, maar het moet zo rond half negen in de ochtend Nederlandse tijd zijn geweest. Ik was rond negen uur bezig met twitter en mijn oog viel in de rechterbalk op het kopje trending topics, waar tien items worden getoond waarover op dat moment op de wereld het meest wordt getwitterd. Vrij rap na elkaar zag ik daar verschijnen: Jakarta, Java, Earthquake. En inderdaad, Indonesische twitteraars die de schok hadden gevoeld waren meteen gaan twitteren. Snel ook even bij de 'traditionele' media gekeken: CNN had het nieuws al, maar op Nederlandse sites (NOS, nu.nl) nog geen enkele melding te vinden. Prachtig, dacht ik in eerste instantie. Waarom eigenlijk prachtig, dacht ik enkele dagen later. Waarom is het voor mij zo belangrijk dat ik een uur eerder van een ramp aan de andere kant van de wereld hoor? Ik hoor er toch wel van via de gangbare media en krijg dan ook nog eens een gestructureerd verhaal te lezen of te zien in plaats van allerlei losse opmerkingen en kreten. En hoe kom ik erachter dat er lokaal of regionaal iets opzienbarends is gebeurd: dat zal wereldwijd niet in de trending topics terechtkomen, dus ik zal de betreffende tweets nooit vinden. Neemt niet weg dat twitter voor vrije nieuwsgaring (denk maar eens aan wat er enkele maanden in Iran is gebeurd) en voor ooggetuigen-'verslagen' een belangrijke nieuwe bron is. De traditionele nieuwsmedia zullen twitter intussen dan ook zonder twijfel nauwlettend monitoren. Of ik dat dan persoonlijk ook nog moet doen? Lijkt me niet.

not to twitter
Het moge duidelijk zijn: twitter is een leuk speeltje, maar ik zie er voor mij het nut nog niet zo van in en zal het dus voorlopig, tot dat verandert, niet veel gebruiken.

maandag 31 augustus 2009

#12 de wiki-zandbak


Ik heb een stukje toegevoegd aan de archief23wiki over mijn favoriete stukje van het Bossche Begijnhof (overigens ook meteen zowat het enige tastbare wat daarvan is overgebleven, als je het archief van die instelling even vergeet): de grafzerk van begijntje Yken Haubraken uit 1519 die nu nog altijd op de Parade te vinden is.

de wiki-software: een evaluatie
Het werkt allemaal prima zonder al te veel problemen. Eigenlijk lijkt het allemaal erg op de manier waarop je je blogteksten aanmaakt e.d., en is er dus niet veel nieuws onder de zon. Je kunt overigens wel wat meer. Zo lukte het na een korte zoektocht in de help-functie van de wiki om voetnoten toe te voegen. Ik denk dat de meeste cursisten die intussen gewend zijn om blogteksten aan te maken etc. hiermee weinig problemen zullen hebben.

De uitdaging zit hem denk ik vooral in het inrichten van de Wiki: de 23-archiefdingenwiki ziet er met alle respect niet al te overzichtelijk en gebruikersvriendelijk uit. Hoeft in dit geval ook niet, het is immers vooral een speelplaats. Als je echter een echte Wiki opzet, dus een waarin een bepaald onderwerp centraal staat, dan is een van de belangrijkste succesfactoren juist die overzichtelijkheid en gebruikersvriendelijkheid. Zonder twijfel is de wiki-software flexibel genoeg (ik zie althans legio goed opgezette wiki's op het web) om dit allemaal mogelijk te maken, de uitdaging ligt hierbij dus vooral bij degene die de wiki opzet en in gaat richten. En met alle goede voorbeelden die er al zijn moet het opzetten van een duidelijk gestructureerde en gebruikersvriendelijke wiki geen onoverkomelijk probleem zijn.

vrijdag 28 augustus 2009

#11 wiki's

De verschillende voorbeeld-wiki's tonen de brede inzetbaarheid aan: als digitale rolodex, congresbrochure, en natuurlijk vooral als plaats waar mensen met een zelfde interesse gezamenlijk informatie kunnen uitwisselen, verrijken en aan de digitale wereld ter beschikking kunnen stellen. Volgens mij speelt heeft het gemak waarmee je met wiki-software eenvoudig een website kunt opzetten (in vergelijking met 'traditionele' CMS-pakketten) ook een belangrijke rol bij het succes, maar dat even terzijde.
Voorbeelden als geboren in 1809 en Sint-Anna ter Muiden spreken mij erg aan: je hebt hier per site een duidelijk afgebakend onderwerp. Hierdoor komen de geïnteresseerden bij deze site uit en heeft het voor hen ook zin om de moeite te nemen zelf bijdragen te leveren. Natuurlijk is dit mechanisme voor de lokale pagina's van het BHIC uitstekend toepasbaar. De vraag is dan in hoeverre je hier controle redactie op moet toepassen. Zelfs Wikipedia ontkomt immers inmiddels niet meer aan een vorm van controle vóór publicatie. Bij vrijwel elke wiki moet je je in ieder geval aanmelden voor je iets kunt aanpassen en ook controle van bijdragen voor publicatie behoort tot de mogelijkheden. Om echter een lokale wiki tot een succes te maken moet je ervoor zorgen dat zoveel mogelijk mensen meedoen en dan moet je niet teveel drempels opwerpen. En mocht het werkelijk de spuigaten uitlopen met onzin, achterklap of vuilspuiterij, dan kan alsnog per direct worden ingegrepen.

dinsdag 14 juli 2009

#10 hoe lekker is delicious?

links verzamelen en ordenen
Office Worker
Welke site was dat nou ook weer? Vorige week kon ik hem nog zo vinden, thuis heb ik hem in mijn favorieten gezet, maar hier op mijn werk kan ik hem zou gauw niet meer vinden? Klinkt bekend? Bij mij wel. En als ik dan thuis ben moet ik een lange lijst grotendeels ongeordende favorieten door voor ik de juiste link te pakken heb.
Delicious biedt voor beide problemen een oplossing: ik kan mijn links voortaan vanaf elke computer met een internetverbinding bekijken en ik kan door middel van tagging orde in de chaos brengen. Het toevoegen van een nieuwe link is een fluitje van een cent, net als het taggen. En dan komt het aan op discipline: als je namelijk niet tagt dan heb je binnen de korste keren een onoverzienbare brei van links. Taggen en vooral consequent taggen is dus noodzakelijk. Delicious maakt dat overigens gemakkelijk door bij het intikken van een nieuwe tag een lijst met tags te geven die met de betreffende letter(s) beginnen.

Sociaal bookmarken
En dat is nog niet alles. Delicious geeft bovendien ook nog eens per link aan welke andere leden die link ook in hun verzameling bookmarks hebben opgenomen. Door door te klikken krijg je dan alle bookmarks van dat andere lid te zien. En aangezien je al één link gemeen hebt, ligt het in de lijn der verwachting dat dat andere lid nog wel meer links zal hebben die voor jou ook interessant zijn. Dat klopt inderdaad: ik heb zo de afgelopen dagen heel wat aardige sites gevonden, die ik bijvoorbeeld doordat de site niet in het Engels of Nederlands is, niet zo gauw zelf zou hebben gevonden.

Kortom: Delicious smaakt naar meer. Het is voor mij persoonlijk een blijvertje.

Delicious Archives
Wat we er als archief aan kunnen hebben? We kunnen er aan de ene kant in ieder geval voor zorgen dat er veel links naar onze eigen website op Delicious worden geplaatst. Anderzijds hebben we natuurlijk ook als archief een verzameling voor ons en onze bezoekers interessante links. Op de BHIC-website vind je inderdaad, onder andere hier, links naar andere websites. Ook de startpagina van de studiezaal (die voor zover ik weet vooral voor intern gebruik is) biedt een heleboel interessante links. Kan Delicious hier nog iets extra's bieden? Ik denk het wel: de meerwaarde zit hem opnieuw in het sociale aspect: door onze links op Delicious te zetten krijgen we contact met mensen die ook een of meer van die links in hun verzameling hebben, mensen die we wellicht langs andere wegen niet bereiken.

maandag 6 juli 2009

#9 mijn visie op Web 2.0

Wat we tot nu toe gezien hebben zijn een heleboel losse dingen, die allemaal op hun eigen manier leuk, handig, aansprekend zijn. Ik zie bij medecursisten dat sommigen door de bomen het bos niet meer zien en het idee hebben langzaam weg te zinken in een moeras van steeds nieuwe, steeds net weer anders opgezette gadgets. En in zekere zin is dat gevoel natuurlijk terecht: het aanbod is overweldigend, je moet keuzes maken, maar je weet niet hoe...

Als ik even rustig naar de dingen kijk die we tot nu toe gedaan hebben, met de archiefbril op de neus, dan zie ik wel degelijk mogelijkheden, zowel voor de interne organisatie (er zijn bij het BHIC al initiatieven om weblogs te gebruiken voor stroomlijning van informatie binnen afdelingen, hoewel ik me afvraag of het daarvoor wel het geschikte middel is; online documenten bewerken en delen lijkt me in veel gevallen ook een prima optie) als naar buiten toe (bv. het gebruik van alerts op de naam van de instelling in genealogische mailinglijsten etc. om op basis daarvan webcare te plegen). En er zijn meer mogelijkheden: mashups van Google Maps met onze eigen gegevens zijn zeer aantrekkelijk, realisering is niet zo eenvoudig als het in eerste instantie lijkt.

Het is in ieder geval zaak om een en ander met beleid aan te pakken. Elk nieuw ding waar we in stappen levert veel extra werk op. Een pilot is leuk, maar zodra iets structureel wordt moet het ook organisatorisch worden ingebed. Een concreet voorbeeld is het Flickr project van het BHIC: een deel van de inhoud van onze eigen beeldbank is met de hand naar Flickr overgezet in de hoop dat dit nieuw publiek zal trekken. Een evaluatie van die pilot heb ik nooit gezien, maar intussen is Flickr wel een vast onderdeel van onze website geworden, zonder dat hier duidelijke afspraken over zijn gemaakt en er een heldere taakverdeling is.

Mijn conclusie: denk goed na welke van de krenten je uit de Web 2.0 pap pikt, evalueer proefprojecten, wees niet bang om te concluderen dat het resultaat de inspanning niet waard is, zorg ervoor dat die onderdelen die de pilot-fase overleven goed in de organisatie worden ingebed.

Ja, inderdaad, ik zit aan de beheerskant en dat zullen jullie weten ook :-)

#9 100 woorden

honderd woorden, minstens honderd woorden, nou ja, dat moet toch niet zo moeilijk zijn, lijkt mij. Wat zijn immers honderd woorden? Hoe weet ik trouwens hoeveel woorden ik heb gebruikt? dat kan ik in deze editor volgens mij nergens zien. Nou ja, dan maar even knippen en plakken naar, ach laat ik eens Google Docs proberen. Wat is de stand op dit moment? 63 woorden. Hmm... nog even doorzetten dus, dat moet toch niet moeilijk zijn, de Nederlandse taal kent immers zoveel mooie woorden. 84. Grrr, toch wel zwaar, honderd woorden over web 2.0. Ik vind web 2.0 leuk. 100!

#8 online kantoortoepassingen

Zelfs voor de sceptici onder de cursisten moet het onmiddellijk duidelijk zijn dat Google Docs of vergelijkbare producten direct nuttig kunnen zijn voor een organisatie als de onze. Op ons netwerk zwerven in allerlei krochten en uithoeken allerlei copieën, backups en verschillende versies van bestanden rond, voor het merendeel zielige verweesde bestanden die al jaren niet meer zijn geraadpleegd door hun verwekkers, maar toch niet uit hun lijden worden verlost. Waarom niet? Omdat de verwekker zijn scheppingsdaad inmiddels al lang weer is vergeten of omdat de verwekker het niet geheel uitgesloten acht dat hij/zij eventueel ooit in de nabije of verre toekomst toch nog eens een beroep op zijn creatie zou moeten kunnen doen, wellicht... Kortom, een nachtmerrie voor netwerkbeheerders.
Wat Google Docs nu biedt is: (1) versiebeheer; (2) sharen van één document door meerdere personen. Met andere woorden: je kunt met een aantal mensen (nou ja, liever niet op exact hetzelfde moment, maar zelfs dan werkt het nog) aan één document werken. Je kunt ervoor zorgen dat die mensen op de hoogte worden gebracht wanneer een wijziging in het document is aangebracht. Wijzigingen worden bijgehouden en je kunt tussen de verschillende versies heen en weer scrollen etc (functionaliteit die Word natuurlijk ook allang in volle omvang had moeten bieden). Je kunt bovendien bestaande documenten, spreadsheets of presentaties eenvoudig uploaden, het resultaat ziet er heel redelijk uit, ook bij zwaar opgemaakte Word-documenten. Ook kun je je Google Docs documenten in allerlei gangbare formaten lokaal opslaan.... O ja, maar dat doen we natuurlijk niet, want dan komen we weer in het weeshuis van de ongelezen bestanden terecht.
Ik moet zeggen dat ik zeer enthousiast ben over deze toepassing. Met name voor bijvoorbeeld het grafzerkenproject waar ik bij betrokken ben, waarbij minstens vijf mensen, die weliswaar redelijk dicht bij elkaar wonen (als je het op wereldschaal bekijkt), maar toch ook niet direct op loopafstand, gezamenlijk een tekst moeten produceren is dit ideaal. Nu zijn we al zover in dit project en is de gemiddelde leeftijd en computervaardigheid binnen de groep niet meteen zo hoog, dat we dit nu alsnog zullen gaan gebruiken, maar in de toekomst bij soortgelijke gelegenheden zal ik de eerste zijn om deze vorm van samenwerking te propageren!

vrijdag 3 juli 2009

Web 0.0 oefening bij het BHIC

stroomstoring
De stroomstoring die donderdagmiddag het centrum van 's-Hertogenbosch trof heeft ook het BHIC niet ongemoeid gelaten. Vanaf 3 uur in de middag was het uit met de digitale pret. Het is een wijdopenstaande deur, maar laat ik de opmerking toch maar plaatsen: je wordt zo wel met de neus op de feiten gedrukt, we zijn nergens meer zonder de computer.

geen internet!
Vanochtend vol goede moed op de fiets gestapt, maar bij aankomst in de Citadel bleek dat nog niet alle problemen waren verholpen. Het netwerk deed het weer, zodat de kantoorautomatisering en ook MaisFlexis weer draaide, maar door externe problemen was de internetverbinding nog steeds niet hersteld en dat is helaas de hele dag zo gebleven (ook nu nog kan ik niet inbellen, dus vandaar maar van thuis uit geblogd). We blijken niet alleen afhankelijk te zijn van de computer, maar ook van onze verbindingen met de buitenwereld: we hadden (behalve intern) geen mail naar binnen en naar buiten; we konden niet bij het CMS van onze website; we konden niet bij onze beeldbank en onze genealogische database; de bezoekers konden in de studiezaal niet via internet aanvragen, en het ergste van alles:
we konden niet bij de 23 archiefdingen!
En wat mij persoonlijk betreft: het valt me nu pas op voor hoeveel dingen en hoe vaak ik op een dag even naar internet ga om iets op te zoeken etc. Laten we hopen dat het Web 0.0 tijdperk bij het BHIC a.s. maandag weer tot het verleden behoort.

maandag 29 juni 2009

#7 geflicker met mashups of messing with flickr

Leuke speeltjes, maar wat moet je ermee? Dat was mijn eerste reactie bij veel van de voorbeelden die in ding 7 de revue passeren. Color Field Pickr of Spell with flickr: het zal allemaal wel, maar wat heb ik eraan? Ik zie ook heel veel dingen die ik al jaren offline met elk fotobewerkingsprogramma voor elkaar kan krijgen. Wat is de meerwaarde van een online-versie die bovendien niet half zo flexibel is?

Findr

Is het dan allemaal onzin? Nee, natuurlijk niet, zo links en rechts zitten er wel degelijk goede ideeën tussen. Zo ben ik erg gecharmeerd van findr, een soort semantische zoekmachine op flickr, die op basis van de zoekterm die je invult suggesties geeft voor gerelateerde zoektermen. Dit werkt op basis van de tags die aan foto's in flickr zijn gegeven en is een prima manier om snel tot verfijning van zoekresultaten te komen. Dit mechanisme zou ook breder dan alleen voor flickr ingezet kunnen worden (daarmee wordt overigens ook al her en der geëxperimenteerd: zie bv. de aquabrowser van bibliotheken.nl met zijn "woordspin".

Bontekoe en andere kaarten

Van mashups die gegevens presenteren op digitale kaarten ben ik ook erg gecharmeerd. Toevallig heb ik afgelopen weekend met mijn dochter Hannah naar de verfilming van de scheepsjongens van Bontekoe uit 2007 gekeken met Peter Tuinman als Bontekoe en Cees Geel als de vileine koopman:
Zeer de moeite waard, het heeft een behoorlijke indruk gemaakt op Hannah, die de film de volgende dag nog wel een keer wilde zien... Maar goed, terug naar het onderwerp: de kaart van de reis van Bontekoe vind ik een geslaagd voorbeeld van het verwerken van historische informatie in geografische vorm. Wat ik wel jammer vind is dat de reis alleen door punten wordt weergegeven, maar dat de punten niet zijn verbonden, dus de route niet duidelijker is gevisualiseerd. Dat is overigens op zich niet zo moeilijk te realiseren in Google Maps.
Het over elkaar heen presenteren van historische kaarten en de kaarten van Google Maps (zowel digitaal als sateliet) en het door middel van een schuifbalk meer of minder doorzichtig maken van die historische kaarten, en dat weer gecombineerd met het plaatsen van punaises etc., zoals bijvoorbeeld Nederland 1858-1870 laat zien, biedt legio mogelijkheden voor archieven. Wij hebben kasten vol historische kaarten, die liggen weg te kwijnen of op zijn best een zeer select publiek bereiken.
Naast kaarten hebben archieven natuurlijk nog veel meer materiaal dat een geografische dimensie heeft. Neem nu foto's: we hebben natuurlijk bakken portretten en groepsfoto's, maar ook heel veel foto's van herkenbare locaties. Veelal zijn die foto's ook minstens tot op straatnaam en vaak tot op huisnummer ontsloten. Die locatie kan zonder veel problemen in Google Maps worden getoond, zoals zowel het RAT als het BHIC inmiddels op hun websites laten zien. Dit mechanisme gaat overigens niet altijd goed: mijn vader is opgegroeid rond de Korenbloemstraat in Tilburg. Het RAT heeft hier natuurlijk foto's van. Als ik vanuit zo'n foto naar de kaart doorklik kom ik echter op de Korenbloemstraat in Enschot uit. Een voorbeeld van het BHIC: doorklikken op foto's uit Beers bij Cuijk leverde een verwijzing naar Beers in Friesland op. In dit soort gevallen ben je afhankelijk van de algoritmes van Google Maps. Om alle problemen uit te sluiten zou je eigenlijk voor alle foto's de locatie in coördinaten moeten gaan vastleggen, maar ja, dat doe je met tienduizenden foto's niet zo een, twee, drie. Ondanks dit soort kleine probleempjes is het in ieder geval een goede eerste stap. Het daadwerkelijk posten van foto's op Google Maps (via panoramio) is wellicht een volgende stap: daarmee kunnen we niet alleen de bezoekers van onze website(s) helpen, maar bereiken we via Google Maps nieuwe bezoekers.